Geplaatst op

Veldsiergewassen laten groeien met kleur en rust in je tuin

Een tuin voelt snel levendig als je werkt met bloemen en planten die je zelf kunt opkweken. Veldsiergewassen passen daar goed bij. Het zijn sierplanten die je vaak in rijen kweekt, net als in een kleine pluktuin. Je kiest zelf de kleuren, de hoogte en de bloeitijd. Zo maak je een tuin die elk seizoen iets laat zien en waar je ook mooie bossen uit kunt knippen.

Wat veldsiergewassen precies zijn

Veldsiergewassen zijn sierplanten die je vaak op een open stuk grond zet, zodat ze genoeg licht en ruimte krijgen. Denk aan zomerbloemen, vaste planten en siergrassen die je kweekt voor bloei, blad en vorm. Je ziet ze veel in pluktuinen, maar ook in gewone tuinen doen ze het goed. Het fijne is dat je niet alles strak hoeft te ontwerpen. Door in groepjes te planten, krijg je toch een rustig beeld. En omdat je veel soorten kunt combineren, kun je de bloei spreiden van het voorjaar tot ver in de herfst.

Een goede start met grond en plek

De plek bepaalt voor een groot deel hoe je planten groeien. Kies bij voorkeur een stuk dat veel zon krijgt, want veel veldsiergewassen houden daarvan. Kijk ook naar de grond. Zware klei blijft lang nat en zand droogt snel uit. Je kunt dat verbeteren met compost, zodat de grond luchtiger wordt en water beter vasthoudt. Trek onkruid weg voordat je begint, want jonge planten hebben nog weinig kracht. Als je rijen maakt, houd je het overzicht en kun je makkelijker wieden en water geven zonder dat je alles plat loopt.

Zaaien en planten zonder stress

Je kunt veldsiergewassen zaaien of als jonge plantjes neerzetten. Zaaien is vaak goedkoop en geeft veel keuze, maar het vraagt wat geduld. Zaai pas als de kans op nachtvorst klein is, anders stagneert de groei. Plantjes zijn sneller en geven eerder resultaat. Geef na het planten goed water en druk de grond licht aan, zodat de wortels contact maken met de aarde. Zet hoge soorten wat meer naar achteren en lagere soorten vooraan, zodat je later niet alles door elkaar ziet groeien.

Water geven en voeding op het juiste moment

In de eerste weken hebben planten extra hulp nodig, vooral bij droogte. Geef liever één keer goed water dan elke dag een klein beetje. Zo gaan wortels dieper op zoek en worden planten sterker. Voeding hoeft niet ingewikkeld te zijn. Compost in het voorjaar helpt vaak al veel. Als je merkt dat bladeren lichtgroen blijven en groei achterblijft, kun je bijmesten met een milde organische mest. Let ook op de wind. Op een open stuk drogen planten sneller uit, dus een rand met struiken kan helpen als beschutting.

Onderhoud dat je tuin netjes houdt

Als je regelmatig plukt en uitgebloeide bloemen wegknipt, maken veel soorten nieuwe knoppen aan. Zo blijft je tuin langer doorbloeien. Sommige planten hebben steun nodig, zoals dahlia’s of hoge cosmos, omdat stelen anders knakken bij regen. Je kunt ook werken met vorm en structuur in de tuin. Heb je bomen langs een pad of terras, dan hoort daar ander snoeiwerk bij. Denk dan aan leibomen snoeien op het juiste moment, zodat je vorm strak blijft en er genoeg licht door de kroon kan. Ruim in de herfst afgestorven delen op als ze gaan rotten, maar laat ook gerust wat staan voor vogels en insecten.

Plukken en genieten van je eigen bloemen

Het leukste moment is vaak het knippen van je eigen bos. Pluk vroeg op de dag, dan zijn stelen fris en stevig. Gebruik een schone schaar en zet bloemen snel in water. Knip blad weg dat onder water zou komen, want dat kan het water vies maken. Combineer grote blikvangers met fijne vullers, zoals grasjes of kleine bloemetjes. Zo krijg je een bos die er natuurlijk uitziet. Als je elke week een beetje plukt, blijft je tuin ook in vorm en voorkom je dat alles tegelijk omvalt of uitzaait.